Waterrijk Flevoland
Heb je het over Flevoland dan heb je het ook over water. Flevoland is uit het water verrezen. Dijken beschermen het drooggelegde nieuwe land tegen het water van het IJsselmeer, het Markermeer en de Randmeren. De hoogte van de dijken wordt bepaald door het ingeschatte gevaar van overstromingen. Gelet op de ligging achter de dijken, met een verstedelijkingsopgave in het diepe polderlandschap, kan het provinciaal bestuur van Flevoland niet om een actief waterbeleid heen.
Wanneer we de rapporten van de Zuidelijke Rekenkamer en de Rekenkamer Oost-Nederland mogen geloven schieten de provincies Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg schromelijk tekort in hun waterbeleid. Het Flevolandse beleid geeft een ander beeld te zien. Niet alleen worden de dijken op voldoende hoogte gebracht en gehouden en wordt de waterkwaliteit streng bewaakt, daarnaast vindt ook de watertoets op de nieuwe woonwijken, bedrijfsterreinen en uitbreidingsplannen actief plaats. Flevoland is er klaar voor om – wanneer de nieuwe Waterwet op 1 september 2009 in werking treedt – het nationale beleid naar het provinciale beleid en provinciale doelen te vertalen. Voor een belangrijk deel gebeurt dit al, als uitvloeisel van het Nationaal Bestuursakkoord Water en de Kaderrichtlijn Water.
Deltacommissie
De aanbevelingen van de Deltacommissie, onder leiding van oud-minister C. Veerman, sluiten bijna naadloos aan op het in Flevoland ingezette beleid. Als Flevolandse SGP-fractie kunnen wij ons goed vinden in de belangrijk(st)e conclusie van Veerman om het veiligheidniveau van de dijken te verbeteren. Maar dat niet alleen, ook met het buitendijks bouwen moet voorzichtig worden omgegaan. Bij de behandeling van het Omgevingsplan Flevoland hebben wij daarbij de vinger gelegd. “Wanneer de overheid bebouwing in de buitendijkse gebieden toestaat, schept dat verplichtingen. Dan dient diezelfde overheid ook te zorgen voor beschermende maatregelen.”
Overigens geldt dit ook voor binnendijks bouwen, met name in de laagst gelegen delen van de provincie. Vandaar dat wij als SGP-fractie het college van GS bij de behandeling van het Omgevingsplan hebben gevraagd “of het – tegen de achtergrond van klimaatverandering en toenemende neerslaghoeveelheden – wel zo handig en verstandig is om woningen en bedrijven in de diepe delen van de polders te bouwen.”
Tollebeek
“Er zijn in Flevoland gebieden waar eigenlijk tot een bouwverbod zou moeten worden gekomen. Toch bouwen, vraagt om moeilijkheden. Denk bijvoorbeeld aan de laaggelegen kern Tollebeek in de Noordoostpolder, gelegen 5,70 meter onder de zeespiegel. Wanneer er veel neerslag is, in korte tijd, dan kan het water daar niet snel genoeg naar het buitenwater worden gemalen. De consequenties hebben de Tollebekers in 1998 ervaren. Natte voeten en land dat onder water kwam te staan.” Ook in Almere en in Lelystad zijn bouwprojecten gerealiseerd, die er nooit zouden zijn gekomen wanneer toen de huidige watertoets daarop zou zijn losgelaten. Onvoldoende zijn de risico’s van overstroming en de negatieve gevolgen voor het waterbeheer ingeschat.
Met de door de Deltacommissie en het kabinet voorgestelde verhoging van het peil van het IJsselmeer kunnen wij als SGP-fractie instemmen. “Al was het alleen al om dieper stekende schepen de drempel in de sluis bij Kornwerderzand goed te kunnen laten passeren. Dit komt de economie van en de bedrijvigheid in de plaatsen rond het IJsselmeer ten goede.” Het peil van het Markermeer mag, als het aan de SGP ligt, op het huidige niveau blijven. Dit standpunt sluit ook aan bij het vastgestelde beleid zoals verwoord in het Ontwikkelingsperspectief Markermeer-IJmeer en de Schaalsprong van Almere.
Peil IJsselmeer
De verhoging van het peil van het IJsselmeer zal uiteraard gepaard moeten gaan met een pakket aan maatregelen. “Te denken valt aan verhoging van de dijken, verbetering van de dijkenvoorzieningen voor de buitendijkse gebieden en aanpassing van de sluizen- en gemalencomplexen.” In het Rapport van de Deltacommissie, en in het verlengde daarvan in het Kabinetsstandpunt, wordt aan deze aspecten onvoldoende aandacht besteed. “Een goed onderzoek zal moeten plaatsvinden naar de consequenties van peilverhoging van het IJsselmeer”, aldus de SGP Flevoland. “Daarbij mag een financiële paragraaf niet ontbreken.”
Het blauwe goud van Flevoland staat weerkerend, gelijk de golven van het IJsselmeer, hoog op de provinciale politieke agenda. Hierbij moet wel steeds opnieuw de vraag gesteld worden wat de rol en taak van de provincie in het waterbeleid is. Onlangs hebben de Staten van Flevoland nog een uitleg daarover gekregen, in een interactieve sessie rond de thema’s waterveiligheid, bouwbeleid, grondwater en waterberging.
IJsselmeervissers
Waar, naar de mening van de SGP-fractie, te weinig aandacht voor is, is de positie van de beroepsvisserij. Het zijn de IJsselmeervissers, die als oudste beroepsgroep, op de Flevolandse wateren hun werk vinden. Zij worden langzaam maar zeker van de Flevolandse wateren verdreven. “Dit is een onterechte zaak. Recreatie, natuur en zandwinning schijnen belangrijker te zijn dan een zelfstandige beroepsgroep, die in de eigen boterham voorziet. Als er één beroepsgroep (vis)rechten heeft op de Flevolandse wateren dan zijn het de beroepsvissers wel”, aldus de SGP-fractie. In de discussie over de toekomst van het Markermeer en IJmeer telt deze oudste beroepsgroep van Flevoland helaas niet (meer) mee. Toen de SGP-fractie daarover haar teleurstelling uitsprak, liet gedeputeerde Andries Greiner (CDA) weten dat hij slechts “opdracht had om een ecologisch probleem op te lossen. Gelet op de kwaliteit en potenties van het gebied streven wij daarbij naar een spinn off voor andere functies, zoals recreatie en buitendijkse ontwikkelingen.“
Geen beroepsvisserij dus. Misschien wat sportvisserij, maar er is geen provinciale inzet om de beroepsvisserij op het IJsselmeer en het Markermeer te versterken. Natuur, beleving, rust en recreatie zijn de centrale thema’s waar alles in de toekomstvisie voor het Markermeer en IJmeer om draait. En het geld dan? Dat doet ons de verzuchting slaken. “Wie gaat dat betalen?” Hoopvol wordt naar het Rijk gekeken. “Ik heb geen enkele aanwijzing dat men dat in de Den Haag niet zou willen”, aldus Andries Greiner.
Oostvaardersplassen
Laatste en nieuwste waterrijk gebied in Flevoland zijn de Oostvaardersplassen. Dit laaggelegen gebied, omsloten door de Oostvaardersdijk, de Knardijk en de spoorlijn Almere-Lelystad, was oorspronkelijk bestemd voor industrieterrein. Veel vogelsoorten vinden nu hun thuis in de Oostvaardersplassen. Aansluitend op dit prachtige natuurgebied komt Oostvaarderswold, één van de speerpuntprojecten van het provinciaal bestuur. Natuur, recreatie, water zullen in dit gebied centraal staan en in mindere mate wonen (in het groen). Oostvaarderswold wordt in Nederland de eerste schakel binnen de Ecologische Hoofdstructuur, een (inter)nationaal netwerk van grote natuurgebieden. De Oostvaardersplassen komen hierdoor via de Veluwe in contact met Duitse natuurgebieden.
Oostvaarderswold zorgt voor veel (e)moties in de Staten van Flevoland. Goede en vruchtbare landbouwgrond moet worden opgeofferd voor water en groen. De “strijd” in de Staten gaat om iedere hectare. Zo valt in december de beslissing of “het zoekgebied” van 600 hectare ook toegevoegd wordt aan Oostvaarderswold. Wat de SGP-fractie betreft, wordt niet meer goede landbouwgrond in zuidelijk Flevoland opgeofferd aan water en natuur.
Rien Bogerd
SGP-Statenlid Flevoland
Laatst aangepast ( woensdag, 13 januari 2010 09:23 )


