Home Column
Lees hieronder onze column!
Kijk onderaan de pagina voor andere columns.

Flevolandse vergadercultuur


“Voorzitter, mag ik even een interruptie plegen?” ’t Was mijn eerste vraag, heel wat jaren terug, tijdens mijn eerste vergadering in de Staten van Flevoland.
Het antwoord verbaasde me. “Daar moet ik even over nadenken”, antwoordde de toenmalige voorzitter, Han Lammers. De spreker die aan het woord was, mocht van de voorzitter zijn betoog gewoon voortzetten.
Mijn fractiegenoot stootte me aan. “Je moet wachten totdat je aan de beurt bent.” Na afloop van de vergadering maakte de voorzitter me duidelijk dat “we niet gewend zijn, dat een spreker in zijn betoog wordt gestoord.” Over vergadercultuur gesproken!
Komend uit “het mondige westen” en enkele jaren wonend in een Flevolandse gemeente, waar in de gemeenteraad interrupties meer regel dan uitzondering waren, nam ik me stellig voor om aan deze Statencultuur een einde te maken. Niet om dwars te zijn of tegen de draad in, maar ik vond interrupties gewoon bij het politieke bedrijf horen. Een verdiepingsvraag mag best tijdens een betoog gesteld worden. Dat schept veelal meer helderheid. Bovendien, een beetje leven in de vergaderzaal kan ook geen kwaad.
Nu, enkele tientallen jaren later, kijkt niemand meer verstoord op, wanneer een interruptie wordt gepleegd. Eén ding is echter onveranderd gebleven. Sprekers en vraagstellers doen alles vanaf hun zitplek. Flevoland is daarin zo’n beetje een buitenbeentje in provincieland. De Staten van Flevoland zijn weinig beweeglijk. In letterlijke zin dan. Ook in de nieuwe statenzaal ontbreken de staande interruptiemicrofoons. Blijf zitten waar je zit en (ver)roer je … wel. Hoort dat ook bij de Flevolandse vergadercultuur?

Rien Bogerd

Laatst aangepast ( dinsdag, 12 januari 2010 11:58 )