
Ter gelegenheid van zijn afscheid kreeg hij uit handen van de Commissaris van de Koningin, L. Verbeek, de Koninklijke Onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Commissaris Verbeek typeerde ons statenlid als een man die voor zijn geloof uitkwam. Hij noemde Bogerd scherp en mild. “De juiste balans wist u daarin te vinden.” Verbeek noemde Bogerd een “uniek persoon, waarvan er hier in de staten geen tweede zit.” Burgemeester J. Kroon van Urk sloot in zijn toespraak daarop aan. “Bogerd bruist nog van energie. We zijn benieuwd wat hij nu nog gaat doen.”
In reactie op de toespraken zei Bogerd met veel genoegen het statenwerk te hebben gedaan. Hij vond daartoe de kracht in het Woord. “Vanuit dat Woord heb ik u opgeroepen Gods geboden als uitgangspunt te nemen, omdat daarin groot loon ligt. Bij het dienen van de Heere verkrijgt u het grootste geluk. Het rijkste geschenk. De hoogste onderscheiding.” Door Bogerd werden daarna diverse voorvallen geschetst uit zijn ambtsperiode. “Ik heb genoten van al die jaren Flevoland en ik hoop dat u dat ook zult doen”, zo besloot hij. Hij waardeerde het bijzonder dat ook ons Tweede Kamerlid Bas van der Vlies hem kwam feliciteren.