Tekst Statenvoorstel Initiatiefvoorstel Oostvaardersplassen

Statenvoorstel
Initiatiefvoorstel
Artikel 21 Reglement van Orde
 
Aan
Provinciale Staten
 
Onderwerp
Richtinggevende uitspraken Beleidskader beheer Oostvaardersplassen
 
Initiatiefnemers stellen voor:
1. Beslispunten
I. De volgende richtinggevende uitspraken voor het beheer van Oostvaardersplassen (OVP) vast te stellen, waarbij als primaire hoofddoelstelling geldt dat de Oostvaardersplassen een vogelnatuurreservaat zijn.
De te nemen beheersmaatregelen staan allen ten dienste van deze hoofddoelstelling.
a) Het beheer moet de Natura 2000 doelstellingen tenminste positief ondersteunen c.q. bevorderen en in elk geval niet hinderen of teniet doen. Het centraal stellen van de Natura 2000 doelstellingen betekent dat de grote grazers daarbij mogelijk ondersteunend zijn en de omvang van de kudde daarvan geen doel op zich is. Een eventuele afname van het aantal grote grazers kan het gevolg zijn.
b) Het beheer van het OVP gebied moet zijn afgestemd op het beleid van het nieuw op te richten Nationale Park Nieuw Land.
c) Het beheer moet leiden tot een toeristisch aantrekkelijk natuurgebied met een flora die behoort bij een polderlandschap, passend bij de natuurdoelenkaart en de doelstellingen van Natura 2000. Dit geldt niet alleen voor een klein gedeelte maar het hele gebied moet een etalagegebied zijn. Ook de fauna moet zo veel mogelijk in evenwicht zijn met de ecologische draagkracht van het gebied.
d) Het gebied zal zoveel als mogelijk opengesteld moeten zijn. Het beheer is gericht op bezoekmogelijkheden gedurende praktisch het hele jaar door opengesteld gebied. Meer en betere wandel- en fietsroutes moeten tot stand komen. De ingangen die zijn voorgesteld moeten in verbinding staan met elkaar en dusdanig gepland dat de flora en fauna (o.a. de grote grazers) ook zijn/haar rustpunten hebben maar op niet al te grote afstanden zichtbaar moet zijn.
e) Het beheer dient rekening te houden met de huidige gebiedsgrootte. In 2006 en 2010 heeft de ICMOII commissie voorstellen gedaan om het dierenwelzijn in de OVP te bevorderen. De voorgestelde forse gebiedsuitbreiding voor alle grazers is niet uitgevoerd en dit heeft consequenties voor het beheer. Dit dient in beeld te worden gebracht en zal leiden tot heroverweging van de ICMO-II-maatregelen die daaraan gekoppeld zijn.
f) Bij het beheer wordt rekening gehouden met de gevolgen van de uitbreiding van de luchthaven Lelystad.
 
II. De richtinggevende uitspraken voor het beleidskader worden door Gedeputeerde Staten, voor zover het Europees en Nationaal beleid en regelgeving hiervoor ruimte bieden, gehanteerd bij de uitvoering van haar taken én bij de uitoefening van haar bevoegdheden.
 
III. Gedeputeerde Staten stellen een begeleidingscommissie in die de provincie in haar werkzaamheden begeleidt om te komen tot een nieuw beleidskader, o.a. om de in dit voorstel aangegeven richtinggevende uitspraken nader in te vullen en aan te scherpen opdat SBB kan komen tot een aangepast beheersplan dat door PS toetsbaar is aan het vast te stellen beleidskader. Met deze commissie wordt tevens invulling gegeven aan de zogenaamde “review”, zoals bedoeld in de overdrachtsovereenkomst.
 
IV. Gedeputeerde Staten te verzoeken uiterlijk juni 2017 met een voorstel te komen inzake de uitwerking van dit initiatiefvoorstel inclusief tijdspad waarop de op korte termijn in te stellen commissie haar rapport gereed dient te hebben.
 
V. Gedeputeerde staten te verzoeken om jaarlijks voor 1 augustus over de voortgang van het gevoerde beheer in de OVP te rapporteren.
 
2. Inleiding
Op 12 maart 2015 heeft de Staatssecretaris van EZ de Tweede Kamer geïnformeerd over het eindadvies van de Beheeradviescommissie Oostvaardersplassen over het gevoerde beheer ten aanzien van de grote grazers en de toekomst van het Oostvaardersplassengebied. Dit advies is op 24 september 2015 behandeld in de Tweede Kamer. Bij de behandeling hiervan door de Tweede Kamer is een motie ingediend en aangenomen om de beleidsverantwoordelijkheid op het gebied van welzijn voor de grote grazers over te dragen aan de Provincie.
Mede door ondertekening van de overeenkomst ‘Dierenwelzijn in de Oostvaardersplassen’ op 7 december jongstleden en de decentralisatie van de natuurbescherming heeft de provincie een doorslaggevende rol in het beheer van de Oostvaardersplassen. Het is van belang om vanuit de provincie richting te geven aan het beheer van het gebied. Het gebied wordt door Europese en Nationale regels beschermd en beheerd door Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer is tevens eigenaar van het gebied. Staatsbosbeheer is verantwoordelijk voor een goede uitvoering van het door de provincie bepaalde beheer. Gedeputeerde Staten zijn vanaf 1 januari 2017 het bevoegd gezag voor het beheerplan. Vanuit haar kaderstellende rol geven Provinciale Staten richting aan het beheer. Het is aan Gedeputeerde Staten om nadere invulling aan de richtinggevende uitspraken te geven. Daarbij is ook samenwerking met anderen nodig. Het is bijvoorbeeld aan Staatsbosbeheer om -naast het uitvoeren van het beheer- ook draagvlak voor het beheer te krijgen en te houden. Staatsbosbeheer dient in dit kader het maatschappelijk debat hiervoor op een structurele en professionele wijze te faciliteren.
 
3. Beoogd effect
Een optimaal functionerend Oostvaardersplassengebied met brede maatschappelijke waardering met daarbij een flora- en faunabeheer dat passend is bij de huidige gebiedsgrootte van de Oostvaardersplassen, waarbij het dierenwelzijn goed geborgd is en waarbij het aantal grote grazers in evenwicht is met de ecologische draagkracht van het voor de grazers opengesteld gebied.
 
4. Vervolgproces
Met deze besluitvorming dienen GS uiterlijk 1 juli 2017 aan te geven op welke wijze de richtinggevende uitspraken zijn verwerkt t.b.v. het daadwerkelijke beheer van het gebied.
 
“ Contouren voor de koers”.
a) Net als de Oostvaardersplassen is het (nl. Kopacki Rit in Kroatië) een kleigebied met een enorme productie aan plantenmateriaal. De gemiddelde dichtheid aan edelherten bedraagt in Kopacki Rit één edelhert op vier à vijf ha. Voor de Oostvaardersplassen met een potentieel leefgebied van ruim 2.500 ha zal in kaart moeten worden gebracht wat de draagkracht van dit specifieke gebied is, omdat elk gebied zijn eigen omstandigheden kent. Daarbij aangetekend dat er een gedeeltelijke overlap is met het voedsel voor het paard en het rund. Hoeveel grote grazers er in de Oostvaardersplassen vrij zullen kunnen rondlopen is een vraag die dus beantwoord moet worden. Het is duidelijk dat hoge begrazingsdruk tot een vroegtijdig tekort aan gras leidt.
b) Het is aan te bevelen om nu een z.g. nulmeting te doen bij de runderen, paarden en herten. Dit houdt in dat bij de komende voorjaarstellingen (april 2017) een onafhankelijk onderzoek zou kunnen worden gedaan door een expert per soort grazer naar juiste aantallen, gemiddelde conditie, geboortes en geslachtsverhouding. Ook dient SBB met deze expert alle bestaande gegevens openbaar maken en bespreken om de ontwikkeling over de afgelopen 10 jaar te bezien. De experts kunnen dan eventueel conclusies trekken over dit gevoerde beleid.
c) Hetzelfde gaat op voor het bos- en “ steppe”-beheer. Een nulmeting door een expert is waardevol en een advies zeer zinvol. De gebieden hebben erg te lijden gehad van de grote grazers en de vraag is of dat natuurlijk hersteld kan worden en vooral ook hoe dat dan zou moeten?
d) Er zal antwoord moeten komen op de vraag voor hoeveel dieren er het hele jaar rond voedsel in (het grazige deel van) de OVP is. Dit in samenspraak met voorgaande punten van deze bijlage. Hierbij moet ook gedacht worden aan de mogelijkheid om weer een reewild populatie terug te krijgen in de OVP. In het met een raster afgesloten gebied kan men spreken over een ecologisch draagkracht model. (“ecologische draagkracht”: aantallen worden bepaald door voedsel, eventuele predatie en aanwezigheid van concurrenten). Ook de invloed van de begrazing van de ganzen in het vroege voorjaar moet meegewogen te worden.
e) In het advies van de in te stellen commissie cf beslispunt III dient aandacht te worden gegeven aan het gewenste areaal voor de grote grazers en de hiermee samenhangende variatie in bodem- en plantensamenstelling. Daarbij dient te worden ingegaan op een reset van de begrazingsdruk en het cyclisch populatiebeheer in relatie tot de conditie van de grote grazers, de vegetatiestructuur en de doelstellingen van Natura 2000.