Column Rein de Wit

Rein de Wit is niet meer

In zijn woonplaats Urk is oud SGP-statenlid van Flevoland, Rein de Wit, op bijna 76-jarige leeftijd overleden. Hij was een markant figuur en stond pal voor de staatkundig gereformeerde beginselen. Rein kon heftig zijn, maar ook klein. Hij bleef onnavolgbaar.

Rein de Wit had geen kinderen wat voor hem voelde als een groot gemis.

 

Achterliggende vrijdag, een dag voor zijn verjaardag, overleed Rein de Wit aan een ernstige ziekte. Het meest bekend is hij geworden door zijn inzet voor de provincie Flevoland. Hij werkte mee aan de bestuurlijke wordingsgeschiedenis van de jongste provincie van Nederland. Bij de provinciewording (1986) was hij het eerste SGP-statenlid. Bijna 18 jaar heeft hij in Provinciale Staten van Flevoland gezeten. Daarna was hij 10 jaar burgercommissielid. Hij heeft drie Commissarissen van de Koning(in) meegemaakt. Met de eerste CdK Han Lammers had hij een bijzondere band. Menigmaal bracht hij Han Lammers in Ossenzijl een warm gebakken visje.

Naast zijn statenlidmaatschap was Rein de Wit ook 10 jaar lid van het algemeen bestuur van het waterschap Noordoostpolder. De taak van het waterschap sloot aan bij zijn studie. Als afgestudeerd ingenieur had de water- en wegenbouwkunde zijn bijzondere interesse. Eén van zijn stokpaardjes was de N50. Hij wenste niet te accepteren dat bij de provinciewording van Flevoland deze weg als “ondergeschikt” werd betiteld en niet direct werd verbreed. Vandaar dat hij onafgebroken verdubbeling van de N50 en verhoging van de Ramspolbrug heeft bepleit. Als SGP’er verwierf hij hierdoor bekendheid en werd hij bewaarheid in zijn voortdurende pleidooi: de aanhouder wint.

Een dieptepunt in de geschiedenis van Flevoland noemde Rein de Wit de plaatsing van het kunstwerk de “Tong van Lucifer” op de Knardijk, langs de A6. De maker van dit kunstwerk wilde de voorbijgangers wijzen op de gevallen engel die – zoals hij zei – “sensueel de hemel aflikt.” Rein was hierover zeer ontdaan en in ernstige bewoordingen riep hij Gedeputeerde Staten op dit kunstwerk te verwijderen. Het smartte hem dit kunstwerk (zoals hij zei:  “Symbool van God vergetend Flevoland”) steeds opnieuw te moeten zien.

 

Op Urk was Rein de Wit 35 jaar zondagschoolmeester bij de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland. Daarnaast heeft hij in de kerkzaal boven het bedrijf van zijn broer Jan de Wit vele Urker kinderen opgevangen en hen verteld over de Bijbelse geschiedenis en de Schotse kerkgeschiedenis.   

Interesse voor de geschiedenis van Urk had hij ook. Als bestuurslid van het Urker museum (meer dan 15 jaar) stimuleerde hij het uitdragen van de Urker cultuurhistorie. Bijna 25 jaar bekleedde hij een bestuursfunctie bij het plaatselijk Genootschap Nederland-Israël. Hij had vele Joodse vrienden en voorspelde een rijke toekomst voor Israël.

 

Een actieve en betrokken persoonlijkheid is van ons heen gegaan. Wanneer Rein de Wit zich ergens voor gaf dan deed hij dat voor de volle honderd procent. Hij verloochende zijn afkomst niet. Heftig, soms emotioneel en dan weer stilzwijgend. De ene keer amicaal en  joviaal en de andere keer teruggetrokken. Hij kon snel, druk, overheersend zijn, maar ook rustig en klein. Hij was moeilijk te peilen. Het staatkundig beginsel was hem echter lief en dierbaar. Hij stond daarvoor pal en liet onomwonden horen hoe hij op grond van de Bijbel over bepaalde ontwikkelingen dacht.

Een markante en beginselvaste vriend en SGP’er is van ons heengegaan. Rein de Wit is niet meer. “Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds. Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras. Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid” (Jesaja 40: 6-8).

 

Urk, 11 januari 2019

Rien Bogerd